Vijf vragen aan…. dagvoorzitter Adriaan Blankenstein

Adriaan Blankenstein is bestuursvoorzitter van de Vereniging van Zorgaanbieders voor Zorgcommunicatie (VZVZ). Hij is tevens dagvoorzitter tijdens het congres Gegevensuitwisseling in de zorg op 1 oktober. We stelden hem vijf vragen over zijn visie op dit thema.

1. Welke ontwikkelingen in de zorg zie jij op dit moment?

"Er gebeurt ontzettend veel. Ten eerste is de zorg definitief ‘netwerkzorg’ aan het worden en dat ontwikkelt zich steeds verder. Daarnaast zien we dat systemen veel meer geïntegreerd moeten worden bij zorgverleners. Dat is nu nog niet het geval, maar het werken met al die niet-geïntegreerde informatie is op een gegeven moment onhoudbaar. Ook worden steeds meer voorzieningen aangeboden die de patiënt in staat stellen om zelf kennis te nemen van informatie die zorgaanbieders van hem hebben. Daarop kan hij ook in toenemende mate zelf de regie nemen. Verder wordt preventie steeds belangrijker. We gaan een integratie krijgen van het medische domein met het publieke domein. Kortom: de zorg is ontzettend in beweging."

"De coronacrisis heeft ons geleerd dat sommige zaken digitaal heel goed of soms zelfs beter kunnen."

2. Wat zijn de voordelen van digitale gegevensuitwisseling in de zorg?

"Bij digitalisering in de zorg kijk je naar maatschappelijke ontwikkelingen. Hoe kun je daar adequate en het liefst snelle oplossingen voor bedenken? Eén van die ontwikkelingen is de zorgvraag die blijft toenemen. Dat komt onder andere door de vergrijzing van onze bevolking. Maar ook doordat we steeds meer kunnen en dus meer zorg aanbieden. Tegelijkertijd hebben we te maken met minder groei van capaciteit om al die zorg te verlenen. Dus hoe kunnen we dat efficiënt inrichten? We moeten af van de enorme administratieve ballast en zorgverleners veel adequater ondersteunen. Dat kan deels digitaal. De coronacrisis heeft ons geleerd dat sommige zaken digitaal heel goed of soms zelfs beter kunnen. Dat is niet in plaats van fysieke zorg, maar als vervanging van een stukje van die zorg. De zorg staat dus voor een enorme digitaliseringsslag."

3. Zijn artsen en patiënten ‘klaar’ voor grote veranderingen?

"Buiten het technische aspect moet er in de hoofden van mensen veel veranderen om mee te gaan in die digitaliseringsslag. Dat gaat stapje voor stapje en zal ook per doelgroep verschillend gaan. Maar het kán wel, kijk maar naar de banken. Voorheen kon je alleen fysiek je bankzaken regelen, tegenwoordig gaat bijna alles digitaal. De overgrote meerderheid van de consumenten kan zich niet meer voorstellen hoe dat vroeger ging. Ik denk dat zoiets in de zorg ook moet én gaat gebeuren. Maar ik verwacht niet dat iederéén dat over een paar jaar al doet. Ook in de zorg zal een kleine minderheid blijven bestaan die niets voelt voor het digitaal uitwisselen van zijn gegevens. Ik denk echter wel dat we op het kantelpunt staan."

"AI mag in mijn ogen nooit een beslisser zijn. Daarvoor zitten er te veel (ethische) risico’s aan."

4. Hoe zie jij de rol van AI in de zorg?

"In eerste instantie vooral wetenschappelijk later pas ook in de praktijk. De mens is leidend. Ik denk dat AI als ondersteuner goed kan helpen. Het lezen van radiologische beelden door het menselijk oog gaat goed, maar kent ook beperkingen. Een zelflerende engine kan afwijkingen soms veel sneller en nauwkeuriger herkennen. Een arts bekijkt vervolgens de uitkomsten. AI mag in mijn ogen nooit een beslisser zijn. Daarvoor zitten er te veel (ethische) risico’s aan."

"Ik hoop dat nieuwe behandelingen in de toekomst veel sneller voor meer mensen beschikbaar zijn."

5. Hoe ziet de zorg er, in jouw dromen, over vijf jaar uit?

"Ten eerste hoop ik dat nieuwe behandelingen in de toekomst veel sneller voor meer mensen beschikbaar zijn. Nu zit er soms wel 13 tot 17 jaar tussen het beschikbaar krijgen van een nieuwe behandeling en het in de praktijk breed toepassen! Daarnaast zou ik graag zien dat je als patiënt veel sneller bij de zorgverlener terechtkunt wanneer je een zorgvraag hebt. En dat je voor je behandeling kunt kiezen tussen het dichtstbijzijnde ziekenhuis óf het ziekenhuis dat jou het snelst kan helpen. En ik hoop dat zorgontwikkeling ervoor zorgt dat je als patiënt minder lang behandeld hoeft te worden. Zodat je sneller weer op de been bent. Dat is mijn droom over de gezondheidszorg van de toekomst."