Van frustratie naar realisatie

Herken je dit? ‘We krijgen het maar niet voor elkaar om gegevens van A naar B te sturen en van B naar C. Bij alle partijen loopt de frustratie op. Bij problemen wijzen leveranciers naar elkaar en het lukt niet om het project vlot te trekken.'

Het InteropLAB helpt

Binnen een project is vaak een tekort aan inhoudeljke kennis en ervaring op de techniek- en applicatielaag aanwezig. Logisch, want systemen interoperabel maken is niet hun dagelijks werk. Daar is kennis en ervaring voor nodig. De experts van het InteropLAB hebben al meerdere projecten succesvol afgerond en weten dus waar op gelet moet worden. Ook bruikbare testtools zijn schaars. In plaats van dat twee leveranciers 1 op 1 testen of systemen interoperabel zijn, wil je dat alle partijen deelnemen. Met het InteropLAB kunnen leveranciers individueel tegen ‘het systeem’ testen, of gezamenlijk tijdens een projectathon.

Van 3 jaar naar 3 maanden

In regio Rijnmond participeren 11 zorgaanbieders in RijnmondNet. Daar is het gelukt de juiste mensen van een aantal zorgaanbieders rond de tafel te krijgen. Ook de leveranciers van die zorgaanbieders kwamen bij elkaar. Ze hebben getest hoe de uitwisseling van gegevens binnen het zorgproces ondersteund kan worden. Door de juiste mensen bij elkaar te brengen én leveranciers duidelijk maken wat ze moeten doen, zijn de systemen gekoppeld. De organisatie was al 3 jaar bezig gegevensuitwisseling op gang te brengen. Met het InteropLAB is dat binnen 3 maanden gerealiseerd.

Miscommunicatie voorkomen

Internationale standaarden, zoals gebruikt binnen IHE, kunnen zorgen voor miscommunicatie tussen zorgaanbieder en leverancier. Hierdoor gaat het nogal eens mis met de interoperabiliteit. Denk bijvoorbeeld aan twee ziekenhuizen die berichten uitwisselen. Die informatie is netjes gedefinieerd in velden: dit is de header, dit is de indeling van het document, etc. Een van die velden is het BSN. Maar IHE kent geen Nederlandse termen. Het woord BSN bestaat internationaal niet. Daar wordt de term ‘patiënt ID’ gebruikt. Zo kan het voorkomen dat leverancier A ‘patiënt ID’ ziet als BSN en leverancier B hier het patiëntennummer van het ziekenhuis invult. Het gevolg is dat er geen berichten worden uitgewisseld. Scherp gedefinieerde standaarden lossen dit probleem op.

Feedback op testresultaten

Een bericht bestaat vaak uit XML-code. Dat is net zoiets als HTML, bekend van webpagina’s. Het zijn enorme lappen tekst. Zonder het InteropLAB moet je handmatig checken of elk veld goed uitgewisseld wordt. Dit is arbeidsintensief werk waarbij de kans op fouten aanzienlijk is. Met het InteropLAB kunnen we dat automatiseren. Ook documenteren we de testresultaten en geven we feedback aan de leverancier: wat gaat er goed en wat gaat er fout.