Rijnmondnet koppelde eind 2019 de XDS-verbindingen van een aantal ziekenhuizen in de regio Rijnmond aan elkaar met behulp van een projectathon. Dini Klaassen was de projectleider. Hoe kijkt zij terug op werken met het InteropLAB en hoe ziet zij de interoperabele toekomst?

Wat is er aan de projectathon vooraf gegaan?

“Wij hadden behoefte aan meer teststructuur en -coördinatie. Maar ook aan een onafhankelijk oordeel. Test je ‘over de keten heen’, dan krijg je weleens een welles/nietes spelletje. Waar ligt het aan als het niet werkt? Ook de structuur ontbreekt regelmatig. Je wilt systemen eerst decentraal testen voordat je ze naar de keten brengt. Toen we de projectathon organiseerden, zijn we gestart met een pre-test op XDS componenten. We hebben gezegd ‘je moet een aantal zaken op groen hebben staan voordat je mee mag doen aan de ketenacceptatie in de projectathon’. Dat heeft ervoor gezorgd dat er zaken opgelost waren voordat we bij elkaar kwamen. In het verleden zaten we in een test en kwamen er issues naar voren die eigenlijk decentraal al opgelost hadden moeten zijn. Met de pre-test hebben we flinke tijdswinst geboekt.”

In welke variabelen zit die tijdswinst?

“We hebben de doorlooptijd verkleind van 3 jaar naar 3 maanden. Het InteropLAB is daarvoor een belangrijke, maar niet de enige variabele geweest. Voorheen werkten we ook met testscripts en testscenario’s. Alleen gebeurde dat testen pas als we bij elkaar zaten. Er is toen niet gezegd, we gaan als ziekenhuis eerst decentraal onze eigen zaken testen. Dan kom je veel meer issues tegen dan wanneer je al zaken kunt uitsluiten in pre-testen. Om de projectathon te laten slagen zijn we naar ziekenhuizen toegegaan. Er is veel tijd en moeite gestoken in begeleiding. Dat is een grote succesfactor geweest. We hebben heel rigide gezegd ‘dit is de standaard. Hier moeten je tegenaan testen’. Zo is ‘meningloos’ en ‘emotieloos’ tegen de standaard getest.”

Hoe is het testen tijdens de projectathon gegaan?

“Toen we tijdens de projectathon bij elkaar zijn gaan zitten, hebben we van tevoren een scenario geschreven. Daarin stond welke onderdelen moesten worden getest. Door de pre-testen wisten we vooraf heel duidelijk welke issues nog open stonden en dat is op een goede manier gerapporteerd. Bovendien log je met het InteropLAB ook wat er gebeurt. Zo zijn alle interacties goed inzichtelijk te maken. Dat is het eerste voordeel. Testen met het InteropLAB zorgt ook dat je dingen uitsluit. Je kunt zien waar het fout gaat en voorkomt veel discussie tussen partijen over waar de fout ligt. Dat is een ander voordeel. Derde voordeel: je krijgt een objectieve mening. We hebben weleens meegemaakt dat er een issue was bij een ziekenhuis met twee leveranciers. Beide leveranciers waren overtuigd dat het probleem bij de ander lag. Daar is het InteropLAB bij gehaald en daarmee werd snel duidelijk welke leverancier ‘fout’ zat.”

Het InteropLAB verhoogt dus de snelheid, maar kun je ook beter testen?

“Ja, zeker. We hebben tijdwinst geboekt, maar ook winst op het gebied van samenwerking, inzichtelijkheid en structuur. Volgens mij is het InteropLAB een essentieel onderdeel van het beheer. We gaan steeds meer samenwerken. Niet alleen in de regio Rijnmond, maar ook landelijk. Dat betekent dat we steeds meer changes en releases doen die impact hebben op de gehele keten. Met het InteropLAB kun je zeggen ‘we hebben een softwarerelease. Ga eerst maar even decentraal kijken of je je vinkjes op groen hebt en pas daarna gaan we het releasen’. De architectuur wordt steeds complexer. We zijn aan het opschalen. Als ik nu een regressietest moet doen na een bepaalde livegang , dan ben ik wel even bezig. Want ik moet 6 à 7 ziekenhuizen inplannen. Je bent dan veel tijd kwijt en vaak lukt dat helemaal niet. Met het InteropLAB kun je onafhankelijk van elkaar, in je eigen tijd testen of het werkt.”

Hoe ziet de interoperabele toekomst eruit?

“Wat mij betreft is beheer het grootste probleem in XDS-land. Als je een project naar livegang brengt is dat klus 1. Is dat eenmaal gebeurd, dan denk je aan schaalbaarheid. Dat brengt nieuwe dingen met zich mee. Je bent zo sterk als je zwakste schakel. Er wordt nu vaak reactief gewerkt. We hebben een time-out, hoe gaan we dat oplossen? En als het dan is opgelost, dan gebeurt dat met middelen die nu beschikbaar zijn. Voeg extra gebruikers en tien opvragingen per uur toe en je hebt opnieuw een probleem. Ik denk dat we proactiever moeten kijken waar toekomstige knelpunten kunnen ontstaan.”

Is de zorg over 5 jaar interoperabel?

“Dat vind ik een heel moeilijke vraag. Op beleidsniveau heb je namelijk te maken met zoveel stakeholders, aspecten, actoren en transacties. Dat maakt de health-it uiterst complex. Beleidsmatig gaat het erg stroperig. Als we de vele vrijheidsgraden die er zijn weg zouden halen, dat zou het moeten kunnen. Interoperabiliteit in de zorg vraagt om duidelijke afspraken op alle lagen van het interoperabiliteitsmodel. En om partijen die elkaar durven aanspreken op en zich houden aan deze afspraken.”

Bekijk ook de video van de projectathon