ACHTERGROND:
Robert Breas over FHIR

“FHIR moet je

gebruiken

om de voordelen te ondervinden”

Fast Healthcare Interoperability Resources, oftewel FHIR (spreek uit fire). Een mond vol voor een nieuw standaardenframework van HL7. In de zorgsector wordt er veel over gesproken, maar best practices zijn er - zeker in Nederland - nauwelijks. PHIT-consultant Robert Breas zou dat graag anders zien.

“Nu FHIR stabiel is, werkt IHE met HL7 nog intensiever samen om te kijken of ze werkprocessen kunnen standaardiseren. Zo heeft IHE de laatste 2-3 jaar zo’n 30 profielen met FHIR onder de motorkap ontwikkeld.” En dat worden er steeds meer, valt Robert op. “Het zijn bestaande profielen die ook een FHIR-variant krijgen, of compleet nieuwe profielen. IHE maakt ze bewust niet al te breed, zodat implementatie makkelijker wordt. In totaal zijn er nu zo’n 200 IHE-profielen van afgebakende stukjes zorgproces, bijvoorbeeld voor de communicatie van medicatievoorschriften, de uitwisseling van gegevens met een ander ziekenhuis, een lab-aanvraag et cetera.”

Over FHIR

FHIR is een standaard om digitaal gegevens uit te wisselen binnen en tussen zorginstellingen. FHIR® – Fast Healthcare Interoperability Resources (hl7.org/fhir) – is het nieuwste standaardenframework van HL7. FHIR combineert de beste eigenschappen van HL7 versie 2, HL7 versie 3 en CDA-productlijnen en bouwt op de nieuwste webstandaarden, met een sterke focus op implementatie.

FHIR-gebaseerde oplossingen worden opgebouwd rondom een set implementeerbare bouwstenen genaamd “resources”. Deze resources zijn de basis voor gegevensuitwisseling conform FHIR. FHIR leent zich voor alle vormen van communicatie in de zorg, maar door het laagdrempelige gebruik van bestaande webtechnologie (o.a. RESTful interfaces) liggen er met name kansen op het gebied van mobiele apps en andere internettoepassingen.

Enkele kernpunten zijn:

  • Toepassing van bestaande webstandaarden: XML, JSON, HTTP, OAuth, etc.
  • Overzichtelijke specificaties, die kosteloos en zonder restricties zijn te gebruiken.
  • Een sterk op implementatie gerichte standaard – snel en eenvoudig om te implementeren.
  • Meerdere implementatiebibliotheken, vele voorbeelden beschikbaar om ontwikkeling te versnellen.
  • Hoge interoperabiliteit – basis-resources kunnen zo worden gebruikt, of worden uitgebreid met ‘extensions’.
  • Ondersteuning voor RESTful-architecturen alsmede informatie-uitwisseling op basis van berichten of documenten.

Bron: Nictiz


Onderdeel van de puzzel

Het grote voordeel van de FHIR-standaard vindt Robert het feit dat je efficiëntere protocollen gebruikt. “FHIR is gebaseerd op nieuwe technieken, zoals RESTful die ook door grote bedrijven als Google en Amazon worden gebruikt. Met de FHIR-standaard kun je heel makkelijk mobiele applicaties ontwikkelen om bijvoorbeeld data uit te wisselen binnen een groot netwerk. Het werkt sneller en is minder afhankelijk van zware systemen. Het is een goede standaard binnen de interoperabiliteit, een goede stap vooruit.” Maar volgens Robert zeker niet de eindstap. “Het is een onderdeel van de puzzel, de technische afsprakenset. Want het is niet zo dat IHE of HL7 een oplossing biedt voor de organisatorische afspraken tussen organisaties. En die heb je ook nodig. Dat soort complexe vraagstukken blijft bestaan.”

Potentie

De FHIR-standaard is dus een interessante ontwikkeling, maar net als IHE niet de heilige graal. Een opmerking die Robert in de politiek heeft opgevangen is bijvoorbeeld: ‘Als we vanaf nu alles met FHIR doen, zijn de problemen opgelost’. “FHIR kan een heleboel verbeteren en ik zie veel potentie, maar we moeten niet vergeten dat we afhankelijk zijn van bestaande systemen en bestaande standaarden die al zijn geïmplementeerd. Het is namelijk niet zo dat we die zomaar kunnen upgraden met FHIR. Je hebt daar nieuwe software voor nodig. En ik zie een afwachtende houding bij leveranciers, omdat ze geld nodig hebben om te ontwikkelen. Tegelijkertijd moeten de voordelen voor gebruikers zo groot zijn, dat het de investering in nieuwe software rechtvaardigt. Ze hebben alleen nog geen praktijkvoorbeelden om aan te tonen dat het noodzakelijk is om te vernieuwen. Dan kom je niet verder.”

Kaders neerzetten

In zo’n situatie vindt Nederland graag zelf het wiel opnieuw uit. Jammer, merkt Robert op. Toch noemt hij MEDmij een goede ontwikkeling. “Maar ook daar zijn nog niet veel concrete implementaties van. De enige manier om dat te doorbreken is ermee aan de slag gaan. Het zou mooi zijn als een partij als SDO-Nederland, vanuit Nictiz kaders neerzet. Want ik denk dat het daaraan ontbreekt. Wanneer ga je nu met die standaarden aan de slag? Hoe ga je FHIR toepassen? Als je goede kaders en implementatiehandleidingen hebt, zal de zorg aan leveranciers vragen om nieuwe producten en zullen leveranciers de producten kundig opbouwen. Als zo’n club uitleg geeft over hoe je in projecten de standaarden kunt toepassen en wat de voor- en nadelen zijn, dan gaat de bal rollen. Want niet alleen technisch, ook organisatorisch wil je het op een rijtje hebben.”

Aan de slag

Robert hoopt zelf ook iets in beweging te kunnen zetten als het om de FHIR-standaard gaat. “Wellicht dat we later in het jaar in samenwerking met betrokken partijen een seminar kunnen opzetten en vanuit de theorie meer praktijkgericht gaan werken. Laten we het concreet maken, want dat zet de boel in beweging. Om door te groeien, hebben zorginstellingen en leveranciers praktijkimplementaties nodig. Ik geef toe: het is complex. Zowel in organisatorisch, financieel als technisch opzicht. Maar het risico is dat we met zijn allen nog jaren door discussiëren. Terwijl we eigenlijk met deze goede basis aan de slag moeten om te leren van de implementatiefase. Pas als we dat doen en de ervaringen met elkaar delen, kan de zorgsector de vruchten plukken van FHIR.”

Lees meer over dit onderwerp in HL7 Highlights,
het magazine van HL7 Nederland